Kleine Focaccia (± 20×20 cm of Ø 20 cm) Recept 2 kleine gewicht deeg

📌 Recept Samenvatting

Een kleine focaccia (20×20 cm of Ø 20 cm), luchtig en goudbruin gebakken, rijk besprenkeld met olijfolie en afgetopt met grof zeezout en je favoriete toppings zoals rozemarijn, kerstomaatjes of olijven. Perfect om te delen met 2–3 personen.

Ingrediënten

250 g bloem (patentbloem of tipo 00)
160 ml lauw water
5 g zout
3–4 g droge gist (œ zakje) of ±10 g verse gist
10 g olijfolie
Extra olijfolie (voor invetten & bovenop)
Toppings naar keuze: grof zeezout, rozemarijn, kerstomaatjes, olijven


Aanwijzingen

Bereiding 

  1. Deeg maken

Los de gist op in het lauwe water. 

Voeg bloem en zout toe en meng kort. 

Voeg de olijfolie toe en kneed ±8 minuten tot een soepel, licht plakkerig deeg. 

  1. Eerste rijs

Leg het deeg in een ingevette kom. 

Dek af en laat 1–1,5 uur rijzen tot het in volume verdubbeld is. 

  1. Vormen

Vet een kleine ovenschaal of bakplaat in (20×20 cm of een ronde van Ø 20 cm). 

Leg het deeg erin en duw het voorzichtig met je vingers uit. 

Laat nog ±30 minuten narijzen onder een doek. 

  1. Afwerking

Verwarm de oven voor op 220 °C. 

Duw met je vingertoppen kuiltjes in het deeg. 

Besprenkel royaal met olijfolie en bestrooi met grof zeezout + toppings naar keuze. 

  1. Bakken 

Bak 18–22 minuten, tot goudbruin en gaar. 

Haal uit de oven, laat even afkoelen, en besprenkel eventueel met nog een beetje olijfolie.  

👉 Dit geeft een focaccia van ± 400 g eindgewicht: klein, luchtig en ideaal voor 2–3 personen. 

Ons eindresultaat: een heerlijk luchtig broodje met een goudbruine, krokante korst! Perfect om zo te eten, te beleggen of als mini pizza in de oven te doen – iedere hap is een klein stukje bakgeluk.

👉 Dit is het recept van focaccia

Kleine Focaccia – Snelle 5-stappen

1. Deeg maken: bloem + zout mengen, gist oplossen in water, olie toevoegen, 8 min kneden.

2. Eerste rijs: 1–1,5 uur tot verdubbeld.

3. Vormen & narijzen: deeg in ingevette vorm drukken, 30 min laten rijzen.

4. Afwerken: kuiltjes drukken, olie + zout + toppings erop.

5. Bakken: 220 °C, 18–22 min, kort afkoelen, eventueel extra olie.

ca. 740–780 g voor een standaard focaccia volgens jouw recept.

Per broodje: 750 Ă· 2 ≈ 375 g

Ingrediënten

500 g Bloem (bij voorkeur tipo 00 of patentbloem)
325 ml lauw water
10 g zout
20 g Gist
2 eetlepel olijfolie
extra olijfolie om invetten
grof zeezout voor de afwerking
Optioneel: rozemarijn, kerstomaatjes, olijven, ui, 


Aanwijzingen

Bereiding 

  1. Deeg maken

 Los de gist op in het water. 

 Voeg bloem en zout toe. Meng kort en voeg dan de 2 el olijfolie toe. 

 Kneed 8–10 minuten tot een soepel, plakkerig deeg. 

  1. Eerste rijs

 Leg het deeg in een met olie ingevette kom. 

 Dek af en laat 1–1,5 uur rijzen op kamertemperatuur, tot het in volume verdubbeld is. 

  1. Vormen & tweede rijs

 Vet een bakvorm of bakplaat in met olijfolie. 

 Stort het deeg erin en duw het voorzichtig uit met je vingers.Dek opnieuw af en laat ±30 minuten narijzen. 

  1. Afwerking

Verwarm de oven voor op 220 °C. 

Druk met je vingertoppen kuiltjes in het deeg. 

Besprenkel rijkelijk met olijfolie. 

Bestrooi met grof zeezout en eventueel toppings naar keuze (bijv. rozemarijn). 

  1. Bakken

Bak 20–25 minuten tot goudbruin en gaar. 

 Haal uit de oven, laat 5 minuten afkoelen, en besprenkel nog eens licht met olijfolie. 

 👉 Dit levert één mooie focaccia op, ideaal om warm te serveren bij soep, antipasti of als broodje. 

 

verdelen over de schaal 

en weer  30 minuten laten rijzen 

en dan in prikken met je vingers 

en strooi jou favoriete topping er over 

en dan ga je hem afbakken en voorverwarmde oven 

 

heb je toevallig nog pizza saus over dan kan je er een lekker 

broodje van maken met tomatensaus mozarella kaas en plak salami erop 

dan doe je hem nog even 3 tot 4 minuten in de oven op 200 graden om de kaas te laten smelten lekker warm broodje van maken 

Ons eindresultaat: een heerlijk luchtig broodje met een goudbruine, krokante korst! Perfect om zo te eten, te beleggen of als mini pizza in de oven te doen – iedere hap is een klein stukje bakgeluk.

Â